patiënten

Voor patiëntgerichte informatie over foetale aandoeningen, behandelingen en lopende onderzoeken klikt u hier.

  zorgverleners

Voor specifieke medische informatie over foetale aandoeningen, therapie en lopende studies klikt u hier.

Intrauteriene transfusie (IUT)

Als bij echoscopisch onderzoek verdenking is op ernstige bloedarmoede bij het kind zal er via de navelstreng een bloedtransfusie aan het kind gegeven worden. We hebben hierover een voorlichtingsfilm op de afdeling Verloskunde. Als u wordt opgenomen voor een IUT kunt u deze film vóór de ingreep zien. 

Deze behandeling kan gegeven worden vanaf een zwangerschapsduur van 16 weken. In Nederland wordt deze behandeling alleen in het LUMC gedaan, al sinds 1965. Gemiddeld worden in het LUMC 90-100 IUT's per jaar verricht.

Het risico op complicaties bij deze behandeling is gemiddeld 0.5 - 1 %. Mogelijke complicaties zijn vroegtijdige weeën, gebroken vliezen, infectie of verstopping van de navelstreng. In dit laatste, zeldzame geval kan vanaf 26-28 weken het kind met een spoedkeizersnede geboren worden.

De transfusie vindt onder steriele omstandigheden plaats, dit zal ook te zien zijn op de film. De duur van de transfusie is sterk afhankelijk van de ligging van de placenta, maar ook van de duur van de zwangerschap, en ligt meestal tussen de 20 en 60 minuten.

Meestal wordt 2 weken na de eerste transfusie een volgende IUT gegeven. Als er meer transfusies nodig zijn, is het interval tussen de 2e en de 3e transfusie meestal 4 weken, tussen 3e en 4e transfusie ook 4 weken, en zo verder tot een zwangerschapsduur waarbij uw kind verantwoord geboren kan worden. We streven naar een gewone (vaginale) bevalling rond 37-38 weken. De bevalling wordt dan vaak ingeleid, een keizersnede is niet nodig tenzij er bijkomende problemen zijn. Na 35 weken zwangerschap zal er in principe geen IUT meer plaatsvinden.

Het donorbloed voor de baby wordt gekruist met het bloed van de moeder en moet negatief zijn voor de antistoffen die in het bloed van de moeder zitten.

Er zal op dinsdag, maar ook op donderdag nog bloed worden afgenomen bij de moeder.

De IUT vind meestal plaats op donderdagmiddag. De behandelkamer waar deze ingreep plaatsvindt bevind zich op de verpleegafdeling Verloskunde J7-Q. Op de dag van de IUT wordt u opgenomen op de afdeling Verloskunde. 

Tijdens de opname

Op de dag van de IUT wordt u opgenomen op de afdeling Verloskunde J7-Q. De behandeling vindt plaats op de behandelkamer op deze afdeling. Op de afdeling vindt een opnamegesprek plaats met zowel de afdelingsarts als de verpleegkundige die u die dag zal begeleiden.

Voorbereiding ingreep

Vanaf een termijn van ongeveer 24 weken zal een CTG gemaakt worden, voor 24 weken wordt er geluisterd naar het hartje van de baby m.b.v. de doptone.
Op de afdeling kunt u de DVD over de intra-uteriene transfusie bekijken.
Bent u meer dan 24 weken zwanger? Dan mag u op de dag van de ingreep na een licht ontbijt alleen nog heldere vloeistoffen drinken en niet meer eten tot na de ingreep. Als de zwangerschap onder de 24 weken is mag u alles eten en drinken.

Bij opname op de afdeling wordt bloed afgenomen. Dit bloed wordt door de bloedbank gebruikt om te beoordelen of u nieuwe antistoffen heeft bijgemaakt en om te beoordelen of het bestelde donorbloed ook inderdaad geschikt is. Daarna duurt het een paar uur voordat de bloedbank het donorbloed klaar heeft voor transfusie. Vandaar dat u, als het een geplande IUT betreft, al ’s ochtends wordt opgenomen.

De ingreep

Een half uur voor de ingreep krijgt u een zetpil Indocid. Dit zorgt ervoor dat u tijdens de ingreep zo min mogelijk harde buiken heeft. De ingreep zelf vindt onder lokale verdoving plaats, alleen de huid wordt verdoofd m.b.v. lidocaine.
Op het tijdstip van de IUT wordt u naar de behandelkamer gebracht. Het team foetale behandeling is daar aanwezig en bestaat uit de behandelend gynaecoloog die de behandelng uitvoert, de arts foetale geneeskunde die de begeleidende echo maakt en er zijn een of twee verpleegkundigen aanwezig om te assisteren.
Uw partner of een ander vertrouwenspersoon kan tijdens de ingreep gewoon in de behandelkamer zijn en zit bij u aan het hoofdeinde, net als bij het maken van een echo.

Na de ingreep

Na de behandeling wordt u met bed terug gebracht naar uw kamer. U heeft dan minimaal twee uur bedrust. Ook dan zal er weer, indien u meer dan 24 weken zwanger bent, een lang CTG gemaakt worden. Beneden deze zwangerschapsduur wordt m.b.v. de doptone een aantal keer naar het hartje geluisterd. In principe kunt u, als alles goed gaat met u en met de baby, dezelfde avond nog met ontslag. De volgende controle op de rhesuspolikliniek zal na ongeveer 12 dagen plaatsvinden.