patiënten

Voor patiëntgerichte informatie over foetale aandoeningen, behandelingen en lopende onderzoeken klikt u hier.

  zorgverleners

Voor specifieke medische informatie over foetale aandoeningen, therapie en lopende studies klikt u hier.

Bloed

Tijdens de zwangerschap kunnen er diverse problemen optreden in de bloed aanmaak en/of afbraak bij het ongeboren kind (foetus). Deze problemen vereisen regelmatige controle door de gynaecoloog en soms zelfs behandeling zoals bijvoorbeeld het geven van een bloedtransfusie aan het kind in de baarmoeder.

De foetale bloedaandoeningen die in het LUMC behandeld worden zijn:

Bij elke zwangere vrouw wordt aan het begin van de zwangerschap bloedonderzoek
gedaan. Zo bepaalt men onder andere:

  • de bloedgroep
  • de rhesusfactor
  • de aanwezigheid van irregulaire antistoffen

Bloedgroep

Bloedgroepen zijn eiwitten die zich aan de buitenkant van de rode bloedcellen bevinden. Er bestaan
meer dan 200 soorten bloedgroepen. De meest bekende is de ‘gewone’ bloedgroep: A, B, AB of O
(spreek uit nul). Het is belangrijk uw bloedgroep te weten als u bijvoorbeeld na de bevalling een
bloedtransfusie nodig hebt of als uw kind na de bevalling ernstig geel wordt als gevolg van
bloedafbraak.

Rhesusfactor

De rhesusfactor is een andere soort bloedgroep (D). Bij alle zwangere vrouwen wordt de rhesusfactor
bepaald. Hiermee bedoelt men bloedgroep D. Verloskundigen of artsen laten bijna altijd de letter D
weg als zij over de rhesusfactor spreken.
Is een zwangere rhesus-positief is, dan bedoelen zij eigenlijk dat de zwangere rhesus-D positief is.
Van alle zwangeren is 85% rhesuspositief. Er zijn dan geen gevolgen voor de zwangerschap. Bij 15%
is de rhesusfactor negatief. Omdat dit gevolgen voor het kind kan hebben, is extra bloedonderzoek
rond 30 weken en na de bevalling nodig. 

Irregulaire antistoffen

Irregulaire antistoffen zijn normaal niet in het bloed aanwezig. Het zijn afweerstoffen tegen andere
bloedgroepen dan A en B. Ze kunnen ontstaan na een bloedtransfusie of na een zwangerschap.
Soms hebben zwangeren irregulaire antistoffen zonder duidelijke oorzaak.
Als u geen irregulaire antistoffen hebt, dan zijn geen extra maatregelen nodig. Hebt u wel irregulaire
antistoffen, dan is meer onderzoek en soms extra controle gewenst.

Bron: Patientenfolder: Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen, NVOG

Overige informatie

Klik hier voor de patientenfolder Bloedgroep, rhesusfactor en irregulaire antistoffen van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie.