patiënten

Voor patiëntgerichte informatie over foetale aandoeningen, behandelingen en lopende onderzoeken klikt u hier.

  zorgverleners

Voor specifieke medische informatie over foetale aandoeningen, therapie en lopende studies klikt u hier.

Tweelingen

tweelingenEr bestaan twee soorten tweelingen: een- en twee-eiige. 

De kans op een twee-eiige tweelingzwangerschap is ongeveer 1,5%. Twee-eiige tweelingen hebben altijd elk zowel een eigen placenta (moederkoek) als een eigen vruchtzak. Dit heet een “dichoriale” tweeling. 

De kans op een eeneiige tweelingzwangerschap is ongeveer 0,5%. Van de eeneiige tweelingen heeft 30% ook elk hun eigen placenta en vruchtzak (en zijn dus dichoriaal). Bijna 70% van de eeneiige tweelingen delen echter samen één placenta, maar zitten wel elk in een eigen vruchtzak. Dit wordt een “monochoriale” tweeling genoemd.

In 1-2% van de monochoriale tweelingzwangerschappen bevinden de kinderen zich in dezelfde vruchtzak. Dit wordt een monoamniotische tweeling genoemd. 

In de eerste maanden van de zwangerschap is aan de dikte van het vlies tussen de beide foetussen (het tussenschot) met de echo te zien of een tweelingzwangerschap mono- of dichoriaal is. 

In elke tweelingzwangerschap, zowel bij een- als bij twee-eiige, bestaat meer kans op complicaties dan in een eenlingzwangerschap.

placentasuitgeknipt

Er zijn bepaalde ziektebeelden die alleen bij monochoriale tweelingen voorkomen, het zogenaamde Tweeling Transfusie Syndroom (TTS) en Tweeling Anemie-Polycythemie Syndroom (TAPS) zijn er hier twee van. In een monochoriale tweelingzwangerschap is de kans op TTS ongeveer 10% en op TAPS 1-5%. Het is belangrijk dat er bij een monochoriale tweeling zwangerschap minimaal elke 2 weken een echo wordt gemaakt. 

De tweeling aandoeningen die in het LUMC worden behandeld zijn: