patiënten

Voor patiëntgerichte informatie over foetale aandoeningen, behandelingen en lopende onderzoeken klikt u hier.

  zorgverleners

Voor specifieke medische informatie over foetale aandoeningen, therapie en lopende studies klikt u hier.

Monoamniotische tweelingen

tweelingenOngeveer 1-2% van alle zwangerschappen zijn tweelingzwangerschappen. Er zijn twee soorten tweelingen: eeneiige en twee-eiige. Ongeveer 65% van de tweelingen is twee-eiig en ongeveer 35% is eeneiig. Alle twee-eiige tweelingen hebben een eigen placenta (dichoriaal). Van de eeneiige tweelingen heeft ongeveer 30% ieder een eigen placenta, maar 70% deelt samen één placenta (monochoriaal).

Wanneer de tweeling wel de placenta deelt, maar de kinderen ieder in een eigen vruchtzak zitten, noemen we dit een monochoriale diamniotische tweelingzwangerschap.

In zeldzame gevallen, namelijk in 1-2% van de monochoriale tweelingzwangerschappen, bevinden de twee kinderen zich samen in één vruchtzak en spreken we van een monochoriale monoamniotische tweelingzwangerschap. Dit komt voor wanneer de splitsing tussen acht en twaalf dagen na de bevruchting plaats vindt.

Wanneer de splitsing nog later dan 12 dagen plaatsvindt is deze vaak niet meer volledig en kan een Siamese tweeling ontstaan.

Controles

Het is belangrijk om vroeg in de zwangerschap (rondom 10 weken) te bepalen om welk type tweelingzwangerschap het gaat, omdat de kans op complicaties later in de zwangerschap bij een monochoriale tweeling groter is dan bij een dichoriale tweeling en bij een monoamniotische tweeling groter dan bij een diamniotische tweeling.

Indien u zwanger bent van een monoamniotische tweeling  is regelmatig echo onderzoek noodzakelijk om te kijken naar de groei en de doorstroming van de placenta en grote bloedvaten (Doppler).

Daarnaast zal tussen 18 en 20 weken een uitgebreid echoscopisch onderzoek van de kinderen plaatsvinden, omdat er bij monochoriale tweelingen een iets verhoogde kans op een aangeboren afwijking bestaat.

Een monochoriale monoamniotische zwangerschap wordt gezien als een risicovolle zwangerschap.

Zoals bij elke meerlingzwangerschap is er een groot risico op vroeggeboorte en groeiachterstand. Bij monoamniotische zwangerschappen bevinden de kinderen zich in dezelfde vruchtzak. Doordat de kinderen vroeg in de zwangerschap nog veel ruimte hebben en om elkaar heen bewegen kunnen knopen in en verstrengelingen van de navelstrengen ontstaan. Dit kan tot problemen leiden in de zwangerschap en bij de bevalling. Om deze reden worden het laatste trimester vaak intensieve controles afgesproken en een keizersnede geadviseerd.

Monochoriale monoamniotische tweelingen delen, net als monochoriale diamniotische tweelingen de placenta. Op deze placenta zijn vaatverbindingen aanwezig zodat de kinderen met de bloedsomloop met elkaar verbonden zijn. Complicaties zoals tweeling transfusie syndroom kunnen daarom ook bij deze zwangerschappen optreden.

De gemiddelde zwangerschapsduur bij tweelingen is korter dan bij eenlingen: ongeveer 37 weken. Bij monoamniotische zwangerschappen ligt dit nog wat vroeger: rond de 34 weken. Dit betekent vaak dat de kinderen na geboorte zullen worden opgenomen op de afdeling neonatologie.