patiënten

Voor patiëntgerichte informatie over foetale aandoeningen, behandelingen en lopende onderzoeken klikt u hier.

  zorgverleners

Voor specifieke medische informatie over foetale aandoeningen, therapie en lopende studies klikt u hier.

Tweelingtransfusie Syndroom (TTS)

De oorzaak van TTS ligt in de placenta. Bij monochoriale diamaniotische tweeling zwangerschappen bevindt elke foetus zich in een eigen vruchtzak, maar delen beide foetussen samen één placenta.

Over het gemeenschappelijke placentaoppervlak lopen bloedvatverbindingen tussen de foetussen. Via deze bloedvaten zijn de bloedsomlopen van beide foetussen met elkaar verbonden. De ene foetus geeft bloed aan de andere, en omgekeerd geeft de andere foetus ook bloed terug aan die ene. Dit is een normale situatie als er een evenwicht tussen de bloedsomlopen van de foetussen bestaat.

Soms is er echter het probleem dat de bloedstroom in de bloedvaten over de placenta voornamelijk in één richting gaat. De ene foetus (de “donor”) geeft dan steeds bloedtransfusies aan de andere foetus (de “ontvanger”) en krijgt hiervoor maar weinig terug. TTTSBij de donor ontstaat hierdoor een tekort aan bloed, waardoor hij eerst minder en later helemaal niet meer plast en daardoor uiteindelijk geen vruchtwater meer heeft.

Het vlies van zijn vruchtzak zit dan strak om hem heen en is op de echo nauwelijks nog te zien. De ontvanger krijgt juist heel veel bloed en gaat steeds meer plassen. Hij krijgt daardoor te veel vruchtwater in zijn vruchtzak. Hierdoor groeit de buik van de moeder hard. Bij heel veel vruchtwater is er een kans dat de vliezen breken en kunnen er weeën ontstaan. De foetussen hebben een grote kans dat ze veel te vroeg geboren worden met een slechte afloop.

Diagnostiek

De diagnose TTS wordt gesteld met behulp van echoscopie. Er wordt naar een aantal dingen gekeken:

  • Hoeveelheid vruchtwater van elke foetus
    De donor (de foetus die een deel van zijn bloed weggeeft) plast minder en heeft daardoor minder vruchtwater dan de ontvanger (de foetus die het bloed van de ander krijgt). Vaak heeft de donor zelfs helemaal geen vruchtwater meer en de ontvanger veel te veel.

  • Blaasvulling
    De donor gaat steeds minder plassen, waardoor zijn blaas steeds minder of zelfs helemaal niet meer gevuld is. De ontvanger gaat juist steeds meer plassen en krijgt hierdoor een steeds vollere blaas.

  • Bloedstromen
    De donor geeft een deel van zijn bloed weg aan de ontvanger. Hierdoor heeft de donor een te klein en de ontvanger een te groot bloedvolume. Beide foetussen kunnen hier ziek van worden. Dit is te onderzoeken door de bloedstroomsnelheden en -patronen in verschillende bloedvaten van de foetussen te meten.

  • Vochtophoping
    Het kan gebeuren dat het hart van de ontvanger het teveel aan bloed niet goed meer kan rondpompen. Als gevolg hiervan kunnen kinderen vocht gaan vasthouden en overbelasting van hun hart krijgen. 
    Dit is te zien met de echo. 

Met de echo worden bovengenoemde punten bekeken en wordt beoordeeld of er sprake is van TTS.  Als de diagnose TTS gesteld is, wordt een indeling gebruikt om aan te geven hoe ernstig het TTS-beeld is en hoe ziek de foetussen zijn. Deze indeling heeft vijf opeenvolgende stadia, waarbij stadium 1 de mildste vorm van TTS is (er is dan alleen sprake van te weinig vruchtwater bij de één en te veel vruchtwater bij de ander, zonder dat de foetussen ernstig ziek zijn) en stadium 5 de ernstigste (één of beide foetussen zijn al in de buik overleden als gevolg van TTS).

Controles

Als bij u een (beginnende) TTS is vastgesteld worden in overleg met uw verwijzend arts controles afgesproken. Het kan zijn dat u wekelijks een afspraak krijgt in het LUMC of dat u afwisselend door uw eigen gynaecoloog en de gynaecoloog van het LUMC wordt gezien. 

Waar kunt u zelf op letten?

TTS kan in korte tijd ontstaan en verergeren. Als moeder kunt u hier ook klachten van ondervinden. Het is belangrijk contact op te nemen met uw behandelend arts indien er sprake is van:

  • Plotselinge toename van de buikomvang
  • Vroegtijdige weeën of zeer gespannen buik
  • Kortademigheid
  • Bruine afscheiding of vaginaal bloedverlies
  • Minder leven voelen van een of beide kinderen

Behandelopties

De huidige behandelopties voor TTS zijn:

Na de behandeling zal u frequent onder controle blijven bij de gynaecoloog. Aanvankelijk zal dit gebeuren in het foetale behandelcentrum, soms afgewisseld met controles bij uw verwijzend arts en in andere gevallen wordt u voor de rest van de zwangerschap weer gecontroleerd bij uw eigen gynaecoloog.

Uiteraard is het foetale behandelcentrum altijd bereikbaar voor vragen en advies.

Meer informatie hierover is te vinden onder het kopje “Contact”. 

Prognose na behandeling

Het overlevingspercentage van de kinderen na laserbehandeling is 75%. Daarbij is er een kans van 64% dat beide kinderen overleven, 85% dat minimaal één kind overleeft en 15% dat er geen van de kinderen overleeft. Deze getallen komen voort uit de grootste gerandomiseerde internationale studie naar laserbehandeling die tot nu toe wereldwijd is uitgevoerd (onder andere in het LUMC). De gemiddelde zwangerschapsduur waarop de kinderen geboren worden is 32 weken. De kans op lange termijn neurologische schade bij overlevende kinderen is 6%.

Rondom de bevalling

Uw behandelend gynaecoloog zal met u bespreken in welk ziekenhuis en hoe u het beste kunt bevallen. Indien u tijdens de zwangerschap een behandeling heeft ondergaan heeft het de voorkeur om in het foetale behandelcentrum te bevallen. Indien u toch in een ander ziekenhuis bevalt dan is het belangrijk de gegevens over uw bevalling door te geven aan het foetale behandelcentrum.

Na de geboorte

Na de geboorte wordt geadviseerd de placenta voor onderzoek op te sturen naar het Leids Universitair Medisch Centrum. De placenta wordt daar opgespoten met kleurstof om de vaatverbindingen zichtbaar te maken die ten grondslag liggen aan TTS.

Na de geboorte is het ook belangrijk dat er bloed wordt afgenomen bij uw kind/kinderen en een echo van de hersenen van uw kind/kinderen wordt gemaakt om eventuele schade ten gevolge van de TTS op te sporen.

Details hierover kan uw behandelend arts vinden onder het kopje “Informatie voor verwijzers”.

Om onze behandeling te evalueren en in de toekomst te verbeteren willen wij graag onze patiënten vervolgen. We stellen het op prijs om te horen hoe het met u en uw kind/kinderen gaat. Met uw toestemming zullen wij contact met u opnemen om bij 2 jarige leeftijd een ontwikkelingstest te doen. Hierbij wordt spelenderwijs de ontwikkeling getest.