patiĆ«nten

Voor patiƫntgerichte informatie over foetale aandoeningen, behandelingen en lopende onderzoeken klikt u hier.

  zorgverleners

Voor specifieke medische informatie over foetale aandoeningen, therapie en lopende studies klikt u hier.

Selectieve groeivertraging (sIUGR)

Er is sprake van selectieve groeivertraging wanneer 1 van beide kinderen (foetussen) groeit onder de p10. De oorzaak van sIUGR ligt evenals bij TTS en TAPS in de aanleg van de placenta. In geval van sIUGR is er sprake van een oneerlijke verdeling van het placentaoppervlak, waarbij de kleinste foetus het kleinste deel van de placenta tot zijn beschikking heeft. Net als bij alle monochoriale tweelingzwangerschappen zijn er vaatverbindingen tussen de bloedsomlopen via het oppervlak van de gedeelde placenta. 

In 2007 werd door Gratacos (UOG 2007) een onderverdeling gemaakt in 3 typen sIUGR gebasseerd op echo doppler bevindingen:

  • Type I: continue positieve eindiastolische flow in de arterie umbilicalis van de kleinste foetus
  • Type II: persisterende afwezige einddiastolische flow in de arterie umbilicalis van de kleinste foetus
  • Type III: intermitterende einddiastolische flow in de arterie umbilicalis van de kleinste foetus

SIUGR

Diagnostiek

De diagnose selectieve groeivertraging wordt gesteld met behulp van echoscopisch onderzoek. 

De volgende metingen worden verricht:

  • Foetale groei
  • Doppler metingen inclusief: arterie umbilicalis, arterie cerebri media (PI en Vmax), vene umbilicalis en ductus venosus

Controles

In geval van selectieve groeivertraging is de frequentie van de controles afhankelijk van de groei en doppler bevindingen. Afhankelijk van het beloop zal in overleg met verwijzend gynaecoloog bepaald worden waar controles zullen plaats vinden. 

Prognose

Het beloop is moelijk te voorspellen. In de studie van Gratacos wordt de prognose per type beschreven.

  Type I Type II Type III
AD bij geboorte 35 30 31
Gewichtsverschil 29% 38% 36%
In utero verslechtering 0% 90% 11%
Onverwachte IUVD (grootste/kleinste foetus) 3% / 3% 0% / 0% 6% / 15%
Cerebrale schade (grootste/kleinste foetus) 0% / 0% 3% / 14% 20% / 2%
Placenta discordantie 1,8 2,6 4,4
Aanwezigheid AA anastomosen 70% 18% 98%

Concluderend is type III het moeilijkst te voorspellen met de grootste kans op onverwachte IUVD en daarbij mogelijk cerebrale schade van het grote kind.

Behandelopties

Op dit moment is nog niet bekend wat de beste behandeling is. Er bestaan verschillende mogelijkheden die afhankelijk zijn van de ernst van de groeivertraging en de duur van de zwangerschap: