patiënten

Voor patiëntgerichte informatie over foetale aandoeningen, behandelingen en lopende onderzoeken klikt u hier.

  zorgverleners

Voor specifieke medische informatie over foetale aandoeningen, therapie en lopende studies klikt u hier.

Tweeling anemie-polycythemie sequentie (TAPS)

Eén van de complicaties die kan optreden bij monochoriale gemelli is de Tweeling Anemie Polycythemie Sequentie (TAPS). TAPS wordt veroorzaakt door langzame transfusie, door kleine vasculaire anastomosen op het placenta oppervlak, die leidt tot chronische anemie bij de donor en polycythemie bij de recipiёnt, zonder tekenen van de oligo-polyhydramnion sequentie zoals bij het tweeling transfusie syndroom.

Het grote verschil met TTS is dat TAPS ontstaat door bloedtransfusie door kleine anastomosen op het placenta oppervlak. TAPS kan post-partum onderscheiden worden van acute peripartum TTS (waarbij ook een groot Hb-verschil is bij de geboorte). Het is belangrijk dat aan een van de twee volgende criteria wordt voldaan: een verschil in reticulocyten aantal (om aan te tonen dat het om chronische anemie gaat in plaats van acute anemie) of de aanwezigheid van kleine anastomosen op het placenta opppervlak (bij acute TTS zijn er grote vaatverbindingen op het placenta oppervlak).

TAPS kan resulteren in ernstige foetale en neonatale hematologische complicaties, hydrops, hersenschade en perinatale sterfte. TAPS kan spontaan optreden in 1-5% van de monochoriale gemelli zwangerschappen, dit wordt de spontane TAPS genoemd. TAPS kan ook optreden na laserbehandeling voor TTS in 3-16% van de gevallen. Dit wordt post-laser TAPS genoemd.

TAPS

Diagnostiek TAPS

TAPS kan zowel prenataal als postnataal gediagnosticeerd worden.

Prenataal

  • ACM Vmax >1.5MoM in de donor en <1.0MoM in de ontvanger

 Postnataal

  • Hb verschil >5.0 mmol/l en tenminste een van de volgende criteria:
    • Reticulocyten ratio >1.7
    • miniscule anastomosen op het placenta opppervlak 

 

 

Stadiering prenataal

Stadium Echo bevindingen 
Stadium 1 ACM > 1.5MoM in de donor en ACM Vmax <1.0MoM in de ontvanger
Stadium 2  ACM > 1.7MoM in de donor en ACM Vmax <0.8MoM in de ontvanger
Stadium 3  Als stadium 1 of 2 met hartfalen, gedefineerd als afwijkende doppler metingen in de donor 
Stadium 4  Hydrops bij donor
Stadium 5 IUVD bij een of beide kinderen

Stadiering postnataal

Stadium Hb-verschil mmol/l
Stadium 1 > 5,0 mmol/l
Stadium 2  > 6,9 mmol/l
Stadium 3  > 8,8 mmol/l
Stadium 4  > 10,6 mmol/l
Stadium 5 > 12,5 mmol/l 

Behandeling TAPS

Prenataal:

  • Expectatief beleid. Afhankelijk van TAPS stadium en amenorroeduur, frequentie echo controles inclusief ACM Vmax metingen, foetale bewaking door middel van CTG controle (al dan niet met opname).
  • Laserbehandeling (zoals bij TTS). Fetoscopische coagulatie van vasculaire anastomosen op het placenta oppervlak
  • Intrauterine bloedtransfusie donor, eventueel gecombineerd met een partiele wisseltransfusie bij recipient.
  • Inleiding van de baring met post-partum eventueel bloedtransfusie en wisseltransfusie.

Postnataal:

  • Afhankelijk van de ernst van de anemie en polycythemie zal een bloedtransfusie en of een wisseltransfusie plaats vinden

Beleid postpartum

Advies wat te bepalen bij (gecompliceerde) monochoriale gemelli zwangerschappen:

  • Placenta droog (NIET op formaline) en navelstrengen gemarkeerd (1 navelstrengklem op 1e kind, 2 navelstrengklemmen op het 2e kind). Gaarne voorzien van naam, geboortedatum en brief met klinisch beloop.
  • Placenta's kunnen opgestuurd worden via koeriersdienst LUMC, u kunt contact opnemen met J. Verdoes (071-5269111) pieper 9149 of buiten kantoor uren met dienstdoende arts-assistent
  • Hb en reticulocyten postpartum (eerste bloed afname bij neonaten of uit de navelstrengen, NB niet in de vaten op het placenta oppervlak prikken dan zijn deze niet meer op te spuiten)
  • Echo cerebrum post-partum 
  • Ontslagbrieven (moeder en kinderen) opsturen naar secretariaat verloskunde, K6-35, Postbus 9600, 2300 RC Leiden